Divineapointment.gif

2290 keer bekeken

Preek: wie dien jij?

  • vrijdag 25 februari 2011 @ 23:39
    #1

    Achtste zondag door het jaar, jaar A, 2011.
    Matheüs 6,24

    1). Wie dien jij?

    Matteüs heeft al vroeg in zijn evangelie de verkondiging van Jezus samengevat in de fameuze Bergrede. Daar wordt nu zondag na zondag uit voorgelezen. Op de 8ste zondag (27 februari 2011) stelt Jezus ons duidelijk voor de keuze:

    “Niemand kan twee heren dienen! Hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon...”

    Vandaar de vraag: Wie dien jij?

    Het is goed dat wij onszelf durven afvragen en nagaan: in wiens dienst staat mijn leven? Ben ik alleen maar uit op eigen succes, op eigen voordeel en profijt en op eigen gemak? Of durf ik ook breder te kijken en ten dienste te staan van medemensen en van de Heer Jezus?

    We kennen onszelf. We eten wel graag van twee walletjes en sluiten bij voorkeur een compromis. Jezus’ taal is echter radicaal: het is niet “én... én…”, maar “of... of...”, zeker als het gaat om de keuze tussen God en de mammon. Met dit Aramees woord wordt bedoeld: geld, bezit, allerlei vormen van rijkdom, die men beschouwt als een soort afgod. Vandaar dat men ‘mammon’ dikwijls vertaalt door “de geldduivel”. Voor Jezus is het een duidelijke keuze: of God, of de geldduivel.

    Jezus maakt het concreet door eraan toe te voegen: “maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken...”. Het zijn allemaal materiële zaken die er niet zoveel toe doen. En Hij besluit: “Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf... zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid...”.

    We kunnen het toepassen als volgt: ga eens na waarvoor jij je allemaal zorgen maakt en je zult ontdekken wie je eigenlijk wilt dienen! Het is mogelijk dat de vele zorgen die we ons maken, zelfs voor de pastoraal of voor het welslagen van een vergadering of een andere activiteit, dikwijls meer te maken hebben met ons eigen persoon als wel met het Rijk Gods.

    En als we dit vaststellen, wat dan? Moeten we dan ontgoocheld zijn? Moeten wij dan alles laten schieten? Neen, helemaal niet! Het leert ons alleen dat de aanbevelingen van de Bergrede op een hoog peil staan. Christen-zijn is niet vanzelfsprekend. Het is een lange weg om helemaal thuis te komen in die Christus’ gezindheid. Het veronderstelt een langzame groei en een blijvende inspanning. Maar het is meteen duidelijk dat daarin de échte vrijheid steekt: de vrijheid van de kinderen Gods!

    2). Dienstbaarheid en Kerk.

    De toekomst van de Kerk. Velen stellen zich daar vragen rond. Mgr. Jozef De Kesel, nu bisschop van Brugge, heeft al in 1993 daarover een merkwaardig boek gepubliceerd onder de titel: “Omwille van Zijn Naam. Een tegendraads pleidooi voor de Kerk“.

    Enkele citaten daaruit: 

    * “De Kerk moet de bescheidenheid niet schuwen. Ze wordt kleiner van omvang. In plaats van zich daartegen te verzetten doet ze er beter aan het in de diepte te beleven. Haar Heer Jezus heeft de armen van geest zalig geprezen. Deze armoede moet ze niet proberen te ontvluchten. Ze wordt er veeleer toe geroepen. Het zal een teken zijn van haar spirituele kracht.” (p. 104)

    * “Hoe of wat kan een kerkgemeenschap naar buiten uitstralen als er in haar kring niets te beleven valt? Hoe kunnen christenen anderen bevrijden als er in hun eigen geloofsgemeenschap niets van die bevrijding te bespeuren valt? Hoe kan men anderen oproepen zich te bekeren en het nieuwe leven van Gods Koninkrijk ontvangen, als dit Koninkrijk in eigen kring nergens doorbreekt? (p. 116)

    * “In het doopsel wordt niet gevierd dat er een mens geboren wordt, wel dat er een mens opnieuw geboren wordt. Het doopsel is niet de viering van het leven, maar van het nieuwe leven dat Christus heeft gebracht.” (p. 145)

    * “Omwille van Gods naam en tot openbaring van zijn liefde is de kerk echter veeleer geroepen om ‘ecclesia’ te zijn: namelijk een particuliere groep in de samenleving, teken van Gods universele genade en bevrijding.” (p. 155)

    * “Eigenlijk moeten we niet zozeer werken aan de sacramenten om van daaruit de Kerk te veranderen. Veeleer moeten we zoeken naar een andere kerkbeleving om opnieuw de oorspronkelijke context te vinden waar het sacrament thuishoort. Misschien gaat de meeste tijd van de Kerk vooralsnog zitten in haar taak van verzorgingsinstituut; de meeste energie en creativiteit echter moet ze besteden aan haar zending als ‘ecclesia’. Deze prioriteit is voor haar van levensbelang. Echte en authentieke vernieuwing van de Kerk is niet te vinden waar ze nog beter en efficiënter als religieus en liturgisch verzorgingsinstituut wordt uitgebouwd en toegerust. Veeleer moeten we denken in de richting van christelijke gemeenschapsopbouw, ook binnen de traditionele parochiestructuur. Daarom moeten we groot belang hechten aan het samenbrengen van mensen rondom het evangelie.” (p. 154)

    Uit: Woord van Leven, Bert van Brabant, Brugge, Maandblad Februari 2011, jaargang: 37, nummer: 2, blz. 1-2.